Het zal wel aan mezelf liggen maar ik ben dat 
kampioenschap nu al zat. 
Een overwinning van Oranje en iedereen 
verkeert in een euforische en enigszins psychotische 
stemming. Nog nooit ben ik zo vaak door voor mij 
volstrekte onbekenden met flinke kracht op mijn 
schouder geslagen, loopt mijn buurman met een 
steekwagentje met kratten bier door mijn voortuin 
en brengt de bezorger van de avondkrant deze 
in de ochtend. Een andere buurman ziet voor het 
eerst in jaren af van zijn wekelijkse scheurpartij op 
de Duitse autobahn en zijn vrouw laat haar hond 
op leeftijd uit in een wandelwagen zodat het sneller gaat. 
Het alledaagse is danig in de war en het valt niemand op.


Vanochtend onderweg naar Denekamp, uiteraard 
niet met het openbaar vervoer, tankte ik in het 
dorpje Deurningen (onder de rook van Oldenzaal) 
bij de plaatselijke petroleumboer. Uitgedost geheel 
in het oranje vulde hij uitbundig lachend de tank 
van mijn auto, onderwijl schalde uit twee krakkemikkige 
speakers het bij de oranjefans bekende afzichtelijke 
liederen 'en we gaan nog niet huis en oranje boven'.
Zachtjes zing ik mee in de hoop een van allen te zijn, 
want je weet het maar nooit, de oranjefan lijkt mij dezer 
dagen volstrekt onbetrouwbaar. Enige blijk van afkeuring 
kan verkeerd vallen en voor je het weet wordt je op 
de mestkar door het dorp gereden en op de brink 
aan de pomp vastgeklonken.


Giovanni Christiaan van Bronckhorst, de uitblinker 
in de wedstrijd tegen Italië komt volgens de veerman 
van het pontje Brummen naar Bronkhorst of 
andersom, oorspronkelijk uit Bronkhorst, volgens 
inwoners van dit Anton Pieck stadje de kleinste 
stad van Nederland. Wat overigens onjuist is, want 
Staverden op de Veluwe is nog kleiner en heeft ook 
stadsrechten, verkregen in 1298. Ik kwam hierop omdat 
ik vanochtend in de trein naar Zwolle bladerde in de 
biografie van de grote voetballer Klaar van Staverden, 
volgens boswachter van Tuinte uit Staverden, 
kwam deze van Staverden niet uit Staverden maar 
was hij in 1858 geboren op Urk. Van Staverden 
wilde niet in het Nederlands elftal spelen en ik 
geef hem gezien de huidige staat van het land geen ongelijk.


Ik zit op een kleine stoel in het café 'De Vrolijke Frans' 
in het buurtschap Broek (gemeente Brummen). 
Het is vrijdagavond, het café is afgeladen vol met 
in de oranje kleur gestoken supporters van Nederland. 
De kastelein, in tegenstelling tot de naam van het café, 
een korzelige vijftiger, tapt met duidelijke tegenzin en 
weigert vooralsnog de televisie aan te zetten, het is 
nog te vroeg. In verwondering over hoe het toegaat 
in het kleine café , drink ik mijn eerste biertje en krijg 
van een aantrekkelijke dame een oranje petje. 
De televisie gaat onder luid gejoel aan, het eerste doelpunt 
voor Nederland valt en een onbeschrijfelijke chaos is 
het gevolg. Mannen boven op stoelen, vrouwen 
op de grond en andersom, zelfs de korzelige kastelein 
doet mee, houdt zijn hoofd onder de bierkraan en joelt. 
Voor het eerst hoop ik dat Nederland wint.