Op een vroege zaterdagochtend rij ik met mijn auto, -een laffe daad, het regent en waait dus niet op de fiets- op de bochtige smalle weg Hoog Soeren-Assel. Halverwege, ongeveer honderd meter voor het wildrooster ligt een man aan de linkerkant van de weg. Hij is in gevecht met een schildersezel op wielen en dreigt door de harde wind en de striemende regen het gevecht te verliezen. De man, verdomd ik ken hem, is een veelzijdig kunstenaar, maar bij het grote publiek volstrekt onbekend, wuift als hij ziet dat ik de auto parkeer en naar hem toe loop. 'Wat ben je aan het doen' vraag ik, terwijl ik hem onder de ezel vandaan trek. 'Waarnemen en schilderen, vandaag moet het gebeuren, want morgen schijnt de zon, ik vecht met de elementen en wil voelen dat ik leef'. Hij krabbelt overeind, haalt een hand door z'n haar en vervolgt; 'en jij hebt het aardig verknalt, of dacht jij soms dat ik niet kon winnen'.